Het mediaan salaris in het Nederlandse mkb is in het tweede kwartaal van 2026 uitgekomen op € 3.604,74, een stijging van 0,13% ten opzichte van het vorige kwartaal. Daarmee vlakt de kwartaalgroei af na een sterk eerste kwartaal. Dat blijkt uit de nieuwste Loonindex van Van Spaendonck, gebaseerd op 1,2 miljoen geanonimiseerde loonstroken per maand uit Loket.
Het gemiddeld salaris steeg met 0,22% naar € 4.134,11. Het minimumloon bleef dit kwartaal gelijk op € 2.559,54. Daarmee laat Q2 een rustiger loonbeeld zien dan het eerste kwartaal. Dat past bij het gebruikelijke patroon dat veel loonaanpassingen eerder in het jaar worden doorgevoerd.
Sinds 2018 steeg het mediaan salaris cumulatief met bijna 38%. Het ligt nu 40,84% boven het wettelijk minimumloon, terwijl dat in 2018 nog bijna 65% was. Het minimumloon is sinds 2018 daarmee sneller gestegen dan het mediaan salaris.
Cao-lonen maken inhaalslag
Over de langere termijn groeien cao-lonen sneller dan niet-cao-lonen. Sinds 2018 stegen de lonen binnen cao met 39%, tegenover ruim 32% bij bedrijven zonder cao. Daardoor is het verschil tussen beide groepen kleiner geworden.
Het mediaan salaris binnen cao bedraagt in het tweede kwartaal van 2026 € 3.500, een stijging van 0,08% ten opzichte van het vorige kwartaal. Buiten cao ligt het mediaan salaris 14,4% hoger, op € 4.003,30, eveneens een stijging van 0,08%. De voorsprong van werknemers zonder cao is daarmee nog altijd aanzienlijk, maar wel kleiner dan een aantal jaren geleden.
Loonkloof krimpt verder
De loonkloof tussen mannen en vrouwen neemt verder af. In het tweede kwartaal van 2026 bedraagt het mediaan salaris van mannen € 3.763,42, tegenover € 3.410,53 voor vrouwen. Daarmee verdienen vrouwen mediaan 9,4% minder dan mannen.
Dit is de ongecorrigeerde loonkloof. Een groot deel van dit verschil is te verklaren door verschillen in werkuren, functie en ervaring. De loonkloof is de afgelopen jaren kleiner geworden. Lees meer in onze loonkloofanalyse.
Grootste stijgingen per functie en sector
Niet alle functies profiteren in gelijke mate van de loonstijgingen. De project consultant zag het salaris dit kwartaal met 4,8% stijgen, gevolgd door de welzijnsmedewerker (+4,7%) en de signmaker (+4,6%).
Op sectorniveau steeg de telecommunicatie het sterkst (+3,3%), gevolgd door de uitzendbranche (+2,1%) en de suikerverwerkende industrie (+2,0%).
Regionale verschillen blijven groot
De loonverschillen tussen regio’s blijven aanzienlijk. Utrecht voert de lijst aan met een mediaan salaris van € 3.885,18, gevolgd door Zuid-Holland (€ 3.778,25) en Noord-Holland (€ 3.761,11). Aan de onderkant bevinden zich Zeeland (€ 3.298,84) en Groningen (€ 3.384,30). Tussen de hoogste en laagste provincie zit daarmee bijna € 600 per maand.
De sterkste loonstijging werd dit kwartaal gemeten in Utrecht (+0,55%), gevolgd door Groningen (+0,42%) en Zuid-Holland (+0,39%). In Flevoland (-0,38%) en Zeeland (-0,10%) daalde het mediaan salaris juist licht.
Over de Loonindex van Van Spaendonck
Voor deze Loonindex zijn 1,2 miljoen verloningen per maand geanalyseerd, afkomstig uit Loket. Het gaat hierbij om daadwerkelijk uitbetaalde lonen tot en met het tweede kwartaal van 2026.
Niet alle sectoren maken gebruik van deze software. Bepaalde sectoren, waar onvoldoende data beschikbaar was, zijn buiten beschouwing gelaten.
In dit bericht wordt met mediaan salaris het meest representatieve salaris bedoeld, waarbij de helft van de werknemers meer verdient en de andere helft minder.
Bekijk de Loonindex




